dinsdag 10 november 2009

LAGE TEMPERATUUR GAREN



Deze geïsoleerde pan uit 1930 is voorzien van twee 150 watt lampen boven en onder. Dat geeft genoeg warmte om de maaltijd in drie uur te bereiden. Wanneer u niet ovr electriciteit beschikt, kan ook een hooikist volstaan. En u maar denken dat u zelf de uitvinder bent van lage temperatuur garen.

maandag 9 november 2009

GEHEIMPJE


Zal ik u een geheimpje verklappen? Voor de European Fine Food Fair 2010 zijn we in gesprek met Joachim Wissler, de ***/top-100 chef uit Bergisch Gladbach (zie zijn chefsportret in Saisonnier). Het lijstje van toppers die in onze EFFF demo-keuken gaan bemannen, wordt steeds meer kicken. Daar zit voor u een klein nadeel aan vast, gelukkig hep elk nadeel sijn foordeel: u zult zowel op 25, 26 als 27 januari in Maastricht aanwezig moeten zijn om het volledige spectakel te kunnen volgen.

LEKKER OUDERWETS


Vanochtend kon ik weer eens ouderwets genieten. Danny en ik gingen voor P&D naar de oudste ijssalon van Antwerpen op reportage. Hier troffen we eindelijk eens een keer geen chichi aan, maar gewoon mensen die keihard werken voor het publiek uit de volksbuurt. De beste wafel van België, gecombineerd met twee enorme ballen ijs, een dot slagroom en een potje warme chocoladesaus. Je zou bijna vergeten dat zoiets gewoon lékker kan zijn. O ja, en dan moet ik de ijsmachine niet vergeten te vermelden. Een zestigjarige vertikale bokvriezer. Super wat zo'n apparaat voor 'n ijs maakt, met die lekker ouderwetse taaie structuur. Gelukkig zijn die adresjes er nog.

NIEUWE KEUKEN




zondag 8 november 2009

UMAMI


Hij is helemaal in de mode als "vijfde smaak", naast zoet, zuur, zout en bitter. De smaak wordt veroorzaakt door glutaminezuur, één der twintig bestaande aminozuren waaruit eiwitten zijn opgebouwd. In de meest bruikbare vorm voor de smaak komt glutaminezuur voor in glutamaat en dat woord kinkt al een beetje tricky.
Joost heeft, in vervolg op zijn bezoek aan Japan, een groot verhaal over umami geschreven dat gepubliceerd zal worden in de eerstvolgende Saisonnier (winter 09). Ik moet zeggen dat ik met die publicatie niet onverdeeld gelukkig ben, maar ik besef ook dat ik moet stoppen met het opleggen van mijn willetje. Waarom ben ik in dit geval niet gelukkig?
Glutamaat wordt door de Japanners en Chinezen al eeuwenlang uit zeewier gewonnen. Het is een stof die speeksel oproept en andere smaken versterkt. Daar heb ik helemaal geen moeite mee, ook zout is in wezen een smaakversterker. Maar nu komt het. Al tientallen jaren maakt de voedingsindustrie driftig gebruik van glutamaat, maar dan in de vorm van mononatriumglutamaat dat chemisch wordt aangemaakt. De industrie gebruikt de stof vooral omdat het een der allergoedkoopste grondstoffen is (zelfs goedkoper dan zout) en omdat je maar héél weinig vlees in je knakworstjes moet stoppen om toch nog een soort van vleessmaak te hebben. Chemische stoffen, daar ben ik gastronomisch allergisch voor. En letterlijk ook als het om mononatriumglutamaat gaat. Ik krijg er hoge bloeddruk en hartkloppingen van. Telkens wanneer mijn hele lichaam ligt te bonzen op bed, weet ik dat ik die rotzooi heb gegeten. Carine doet haar uiterste best om volkomen vers te koken en ze leest in de supermarkt de kleine lettertjes van alle verpakkingen. Bij ons geen rotzooi en tóch sluipt het af en toe ongemerkt binnen.
Jaren geleden heb ik de aanval gekozen, ik ga sindsdien in discussie met elke fabrikant die ik ontmoet. In mijn strijd sta ik gelukkig niet alleen. De laatste paar jaar zagen ik en mijn geestverwanten dat we gelukkig aan de winnende hand waren. Diverse fabrikanten begonnen de chemische smaakversterker te weren. Een prachtig voorbeeld is de Unox rookworst.
Maar pas op, er is uiteraard een lobby aan het werk. Vorige week nog hoorde ik op de radio prachtige verhalen vertellen. Een fabrikant zei dat smaakversterker voortaan umami heet en dat de stof geen enkel probleem meer is. Hij haalde er zelfs een (betaalde?) Wageningse wetenschapper bij die op de radio doodleuk vertelde dat smaakversterker geen enkele allergische reactie oproept. Kortom: not done wordt done, dankzij de gastronomie die de Japanse keuken aan het verkennen is.
Ik wil niet dat wij, gastronomische sector, de industrie een alibi verschaffen waarmee de term smaakversterker op de verpakking straks een compliment wordt. De industrie zal nooit van het natuurlijke, pure Japanse glutamaat uit zeewier gebruik maken, want elk dubbeltje telt.
Dan zijn er nog wetenschappers die beweren dat de natuurlijke en chemisch variant identiek zijn. Ja, zo lust ik er nog wel eentje. Dan hoeven we geen citroenen meer te kopen, want citroenzuur is natuuridentiek. Dan hoeven we geen vanille meer aan te schaffen, want vanilline is natuuridentiek. Enzovoort. Maar hoe kan het dan zijn dat ik allergisch ben voor de ene en niet voor de andere?
Wetenschappers, geloof ze nooit. Ze durven beweren dat hun grootmoeder een man is, wanneer ze er wat geld aan kunnen verdienen. Zeker als ze uit Wageningen komen.

NIEUWE KEUKEN


Nieuwe keuken nog? Deze is misschien niet practisch, maar wel heftig. Die combinatie zie je vaker in keukenland.

zaterdag 7 november 2009

MOEILIJKE KEUZE


We hebben een relatief groot wagenpark. De meeste mensen bij ons zijn mobiel en ik heb er uitdrukkelijk voor gekozen om ze in een auto van de zaak te laten rijden. Kilometervergoedingen zouden ook geld kosten, waarbij ik maar moet afwachten in welk soort auto men rijdt. Onze auto's, allemaal zwart met Saisonnier-logo, zijn een echt visitekaartje. Bijna dagelijks worden we op de snelweg toegezwaaid, al weet je natuurlijk niet altijd wie er zwaait.
Op dit moment hebben we van Citroën 2 picasso's, 3 C3's, 1 Jumpy en 1 Berlingo. Van Chevrolet hebben we 1 Avalanche en 1 SSR, Carine en Joost rijden beiden in een Hyundai Tuscon. Behalve de Chevy's zijn alle auto's nu aan vervanging toe.
Over het merk Citroën zijn we qua bedrijfszekerheid, comfort en uitstraling best wel tevreden, echter, Citroën wil geen stap zetten. En dat is mijn bedoeling: wanneer we een nieuw wagenpark aanschaffen, verwacht ik van de importeur een fors gebaar. Waarom zouden wij op onze kosten een gratis forse uitstraling naar de gastronomie geven en dus dagelijks gratis reklame maken? Reklame maken is één van onze hoofdactiviteiten, maar hoofdactiviteiten zijn niet gratis.
Vandaag ben ik voor de zoveelste keer de diverse sites aan het bezoeken om me te oriënteren, want begin volgend jaar is het zover. Zucht.

RIJKZUIPEN ARMVRETEN

De oude meneer Klosse (Echoput) verzuchtte ooit: ze zuipen me rijk, maar ze vreten me arm. En inderdaad, de prijzen die in de gastronomie voor gerechten worden gevraagd, zijn bijna per definitie verlieslatend. De prijs van een gerecht zou grofweg verdeeld moeten zijn in 1/3 foodkost, 1/3 personeel en 1/3 overhead. Dat derde deel foodkost is het enige criterium dat vaak onder de loep wordt genomen en berekend, ik zweer u dat de rest veel meer dan tweederde kost. Het verlies moet dan gecompenseerd kunnen worden met de drankenomzet. In Nederland en België wordt een vrij hoge marge op wijnen berekend, louter om het verlies bij de maaltijd te compenseren. Dit systeem van Ze zuipen me rijk en ze vreten me arm is inmiddels volledig achterhaald. De politie is op jacht naar beschonken restaurantbezoekers, dus wordt niet meer de hoeveelheid wijn gedronken die vroeger zo gewoon was. Vervolgens werd het roken afgeschaft, dus de avondbeleving afsluiten met een mooie Havanna en een finke bel Armagnac, dat is ook al verleden tijd. Alleen de wateromzet is gestegen, maar dat zet weinig zoden aan de dijk.

Het is merkwaardig dat andere landen, zoals Frankrijk, Spanje en Italië een heel ander systeem hanteren. Met uitzondering van de driesterrentempels kom je in Franse restaurants vaak flessen op de wijnkaart tegen van 15 euro of zelfs minder. Men calculeert er dus anders. Dat is een gelukje, want men is veel minder gevoelig voor de moderne alcoholbeperkende tijden. Toch zullen ook uw Franse collega's hun kosten moeten dekken. Hoe doen ze dat? Diverse factoren spelen een rol.

Ten eerste heeft een gemiddeld Frans restaurant minder overheadkosten, al was het alleen al omdat Franse chefs geen peperdure blinkende keukeninrichtingen hoeven. Ook zijn er veel zaken die van vader op zoon zijn overgegaan, zodat de huisvesting minder kost.
Ten tweede gaat een Franse chef véél intelligenter om met zijn foodkost. Elke gram die de keuken binnenkomt, verdwijnt via het bord, niet via de vuilcontainer. De verkleurde haricots verts van vandaag zijn morgen goed voor een soepje.
Ten derde (en dan verwijs ik naar mijn column eerder deze week) zijn Franse chefs hun cliëntele niet aan het volstoppen met amuses. Wanneer ze Nederland of België bezoeken, zien ze al die amuses met afgrijzen aan. Brood en een olijfje, dat gaat nog . Maar voor de rest moet worden betaald.
Ten vierde: door de wijnprijzen democratisch te houden, zijn de klanten geneigd om een betere wijn te nemen. De zogenaamde huiswijn, gekocht voor € 3,85 bij de Makro en verkocht voor € 7 per glas, dat bestaat in Frankrijk niet. Elk restaurant betrekt zijn huiswijn bij de plaatselijke of regionale producent. Het is altijd een "petit vin", dat wil zeggen met 7 tot 8° alcohol.
Al met al kom ik toch weer terug op de vele amuses. Wat we in Nederland en België in feite doen, is de te hoge marge op wijnen reserveren om er de amuses mee te betalen. De klant betaalt uiteindelijk toch alles, hoe je het ook wendt of keert. Een te hoge marge (vaak x3) is ook funest voor de beleving en gastvrijheid. Je dwingt de klant om een goedkope wijn te kiezen. Veel logischer zou het zijn om op elke fles een vaste marge aan bewaargeld, kurkgeld, breuk en winst te zetten. De klant die dan voor een duurdere wijn kiest, wordt relatief beloond voor zijn goede keuze en smaak.
Ik als klant weet het voor mezelf wel. Liever krijg ik geen dingen waarom ik niet heb gevraagd, liever betaal ik een beetje minder voor dingen waar ik wél om vraag.

SAMBA

Wilt u de samba dansen in de keuken? Dan is dit peper- en zoutstel iets voor u.

vrijdag 6 november 2009

DE LIMONADEFABRIEK













Vandaag waren Joost en ik bij een nieuwe Ami Saisonnier op bezoek: De Limonadefabriek in Streefkerk (tussen Dordrecht en Gorinchem). Bij die naam zou je denken aan een oud fabriekje, het restaurant is een gebouw dat in het water van de jachthaven drijft, te midden van boten die bepaald geen crisisgedachten oproepen. Erik Hermans en Karin van Eeuwijk hebben op het water een droompaleis. U weet dat ik àlles proef wat ik op de foto zet, vandaag was dat bepaald geen straf. Ook als fotograaf was ik in m'n element, want zelden zie je zo'n mooie bordopmaak. Om u alvast te laten meegenieten van het kleurenspel, laat ik alvast een paar beeldjes vrij.


De volledige reportages mag u uiteraard verwachten in Saisonnier en P&D.