donderdag 29 oktober 2009

RINQUINQUIN

Vandaag vieren we de vijftigste verjaardag van Asterix, de dappere Galliër die met zijn vrienden hele Romeinse legioenen tegenhoudt en Julius Caesar tot wanhoop brengt. De dapperheid van het Gallisch dorpje is één, zonder het toverdrankje van druïde Panoramix zou het verzet niet zo succesvol zijn. Obelix is als kind in het drankje gevallen en is daardoor altijd sterk. Asterix draagt een heupflesje aan de gordel en neemt een slokje zodra gewenst. Maar wist u dat het toverdrankje anno 2009 nog steeds bestaat? Zoals je in de avonturen van Asterix allerlei parodieën en knipoogjes naar onszelf tegenkomt, zo moet je ook het toverdrankje zien. Panoramix oogst maretak met een gouden snoeimes en gooit die in een grote pot. In werkelijkheid gaat het om de bladeren van de notenboom, het recept is van Keltische oorsprong en bestaat dus al van vóór de Gallische tijd.

Op de Franse boerenbuiten, putteke binnenland, maken de mensen een drankje dat ze rinquinuin noemen. De legende zegt dat één glaasje rinquinquin het leven met één dag verlengt, het is dus en toverdrankje waar je liefst elke dag één glaasje van drinkt. Die legende zou wel eens een stukje waarheid kunnen bevatten. Kijk maar naar ons eigen dorpje Saint-Pompon. Dat dorpje telt ongeveer 80 zielen, waarvan er 9 honderd jaar of ouder zijn. Meer dan tien procent! Hoe is dat verklaarbaar? Hoe is het mogelijk dat één piepklein dorpje bijna even veel honderdjarigen telt als een heel land als België? Je kunt er allerlei redenen voor bedenken, de dorpelingen wijzen onmiddellijk naar hun rinquinquin. In gebieden waar men geen rinquinquin drinkt of waar men het recept niet respecteert, zo redeneren ze, zijn maar weinig honderdjarigen te vinden.

De bereiding van de familiale rinquinquin begint in de nacht van 21 juni, de nacht van de zonnewende. Dan worden de mooiste bladeren van de notenboom geplukt. Men neme 1 liter huisgestookte alcohol 45 tot 60%, meestal vieilles prunes, en legge daar 80 mooie bladeren in. Na zes maanden kelderrust is er een prachtige nieuwe drank ontstaan, met uiteraard veel tannines. Dit is de basis van de rinquinquin. Vier mosterdglazen (de Fransen rekenen in hun recepten altijd met verres à moutarde) simpele rode landwijn worden gemengd met één mosterdglas van de alcohol en een kwart mosterdglas suiker. Voilà, de rinquinquin is klaar.
Ikzelf doe aan deze traditie driftig mee, want graag wil ik heel oud worden. Nu heb ik trouwens wel ontdekt dat alleen de alcohol met de gemacereerde bladeren veel lekkerder is. Maar ja, daar word je niet per sé oud van.
In de Provence wordt de rinquinquin gemaakt met de bladeren van de perzik. Die heb ik nog nooit geproefd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten