Posts tonen met het label Borsten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Borsten. Alle posts tonen

woensdag 28 maart 2012

Een schot lossen op kosten van de baas


Overal op het Franse platteland vind je etablissementen met de naam Au Merle Blanc. Dat zijn niet zo maar cafeetjes waar je een glas gaat drinken, nee ze zijn uitsluitend gereserveerd voor de boerenknechten. Het zit namelijk zo.
Vrijwel elk boerenbedrijf heeft in Frankrijk een knecht. Het zijn meestal minderbegaafde jongemannen met veel potentiële spierkracht die door hun ouders naar een boerderij worden gestuurd. Ze blijven hun hele leven bij dezelfde baas, maken deel uit van de boerenfamilie en hebben een eigen kamer of huisje. Vrijwel alle knechten beschikken op hun kamer over een teddybeer en andere knuffels, maar dat volstaat niet altijd. In Frankrijk is het regel dat de knechten op kosten van de baas van tijd tot tijd naar de Merle Blanc mogen gaan. De voordeur is altijd op slot, gelukkig weten de knechten dat ze achterom moeten. Dit is een mooi stukje sociaal dienstbetoon dat in geen enkele CAO wordt vermeld, het is een ongeschreven wet die al honderden jaren geldt.
De boer heeft zijn knecht, de chef heeft zijn commis, denk ik dan. De commis heeft in wezen het zelfde probleem als de boerenknecht, zijn beroep laat een sociaal leven niet toe. Vandaar dat ook de commis een teddybeer op zijn kamer heeft. U voelt waar ik naartoe wil. Waarom een knecht wel en een commis niet? Dat is ongelijkheid van kansen...

dinsdag 1 september 2009

ANTIBIOTICA


Toen Louis Pasteur peniciline ontdekte, was dat een zegen voor de mensheid. Plotseling genas het wondermiddel ziektes binnen enkele dagen, ziektes waaraan je voordien onherroepelijk was gestorven. Nadien werden veel meer antibiotica ontdekt, allemaal met een specifieke toepassing, dus gericht tegen een specifieke bacterie. De mensheid is antibiotica als een echt tovermiddeltje gaan zien, de doktoren raakten eraan verslaafd en schrijven het voor bij ieder hoestje. Wetenschappers toonden zich dertig jaar geleden al gezorgd, want bacterieën bleken een resistentie op te bouwen tegen "hun" antibioticum. De waarschuwingen lieten de wereld koud, er werd rustig verder geslikt en gespoten. Wel ging de wereld zich paniekerig zorgen maken over "de" ziekenhuisbacterie. Het zijn eenvoudigweg allerlei soorten bacterieën die een resistentie hebben opgebouwd en dus niet meer gevoelig zijn voor antibiotica, dus niet meer te bestrijden zijn. Daartegen hebben we nog geen nieuw wondermiddel ontdekt, dus gaan sommige mensen voortaan naar het ziekenhuis om er doodziek te worden.

Misschien nog wel bedenkelijker dan de onbeperkte voorschrijfdrift van huisartsen is het gebruik van antibiotica in de dierenwereld. Wanneer je als boer duizend varkens of tienduizend kippen bij elkaar zet, en er breekt een ziekte uit, is het leed niet te overzien. Wat doen de dierenartsen dus? Alle dieren krijgen "preventief" antibiotica toegediend, voor alle zekerheid dus. Maar omdat de veterinair nog niet weet om welke ziekte het in de toekomst zal gaan, schrijft hij "cocktails" voor. Die zijn samengesteld uit allerlei antibiotica. Niet alleen worden bacterieën daardoor resistent, ook worden de residuen door het dier opgeslagen (vooral in de lever) en krijgen wij die residuen vervolgens op het bord.


Wat blijkt nu? Ik schrok er oprecht van: Nederlandse dierenartsen blijken vijf (!) keer zo veel antibiotica voor te schrijven dan hun Deense collega's. Zijn Nederlandse varkens en kippen vijmaal ongezonder dan die in Denemarken? Welnee. Na onderzoek kwam men er achter waar het schoentje wringt. Nederlandse veeartsen verdienen geld op hetgeen ze voorschrijven. Elke ampul antibiotica is kassa! Ze hebben er dus baat bij, zo veel mogelijk voor te schrijven.

En hun Deense collega's dan? Wel, die blijken op medicijnen niets te verdienen. De Deense overheid was zo intelligent om dat te verbieden. Wel krijgen de Deense artsen een hoger uurtarief om het verlies te compenseren. Nadat deze regel in Denemarken werd ingevoerd, daalde het gebruik van antibiotica drastisch.

Wordt het niet tijd dat hier hetzelfde gebeurt?

zaterdag 4 juli 2009

BORSTEN EN TIETJES


Toen ik me jaren geleden voor het vrouwelijke geslacht begon te interesseren, ik was toen een jaar of dertien, stelde ik me graag op in de buurt van de poort van een meisjesschool. Al snel wist ik alle relevante scholen te lokaliseren en wist ik precies wanneer die uit gingen. Ik en mijn kornuiten hadden veel interesse voor de jongvrouwelijke rondingen, door ons "tietjes' genoemd. Meisjes met flinke tietjes waren er weinig, de meesten hadden bijna niets. Behalve in de huishoudschool, maar je kon zien dat de boezems daar getrukeerd waren, opgevuld dus.


Ik houd tegenwoordig van rijpere vrouwen, mijn belangstelling voor de jeugd verdween al lang geleden. Maar één ding valt me steeds weer op: de meisjes van de eenentwinigste eeuw hebben geen tietjes meer, ze hebben ferme borsten. Hoe komt het dat de rondingen in de loop van pakweg dertig jaar zo explosief konden groeien? Dat vraag ik me wel eens af. Genetische aanpassingen (evolutietheorie) kunnen het in dat korte tijdsbestek niet zijn geweest. Ik denk eerder dat het met de voeding te maken heeft. De meisjes uit mijn jeugd groeiden op met de groenten van de groentenboer, het vlees van de slager, het brood van de bakker, de melk van de melkboer en de vis van de visboer, zoals dat eeuwen het geval was. Vrij plotseling, vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw, veranderde de productie van eten en drinken drastisch en kwam in handen van steeds grotere partijen. We hoefden voortaan nog slechts boodschappen te doen op één adres: de supermarkt. Wat hebben de heren fabrikanten in ons moderne voedsel gestopt dat kleine tietjes flinke borsten werden? Het zou best wel eens zo kunnen zijn dat alles te maken heeft met toegevoegde hormonen. Het formaat van borsten, zo weten we, is immers een kwestie van hormonenspel. Hebben de fabrikanten de vrouwelijke natuur een handje geholpen?

Misschien zijn het wel de heren vetmesters die verantwoordelijk zijn. In dat geval hebben ze zich niet beperkt tot koeie-uiers.