donderdag 3 maart 2011

Muizentekort

In Amerika, zo lees ik, is een pizzaïst in de kraag gevat omdat hij levende muizen zou hebben losgelaten in de etablissementen van de concurrentie. Inderdaad in de kraag gevat, de politie kwam er aan te pas. Levende muizen loslaten, dat doe je niet. Maar ja, wat doe je als de plaatselijke concurrentie hevig is? Je kunt bij je concurrenten moeilijk levende klanten gaan loslaten, dat schiet niet op. Dan ben je een kannibaal van jezelf. Dus toch maar liever muizen, maar dan moet je er wél voor zorgen dat je niet betrapt wordt. Laat het bijvoorbeeld doen door een plaatselijke junk, dat kost maar tien euro, eventueel inclusief muizen.
In onze beschaafde wereld doen onderrnemers altijd moeite om te laten zien dat ze lief voor hun concurrenten zijn. Ze nemen daarom liefst het woord collegialiteit in de mond. "Ik heb geen concurrenten", zeggen ze dan, "ik heb alleen maar collega's." Of ze weten het niet helemaal en dan noemen ze de anderen conculega's. Maar 's nachts in bed, als niemand hun gedachten kan raden, dromen ze van het loslaten van muizen. Ze zien geen schaapjes maar knaagdiertjes over het hekje springen. Totdat ze er achthonderrddrieënvijftig hebben geteld en tevreden snurkend aan hun remslaapje beginnen. Enkele straten verder ligt de collega op bed. Ook hij is met zijn denkbeeldige muizen bezig. Als je er goed over nadenkt, komen we muizen tekort.
Je kunt nog andere dingen bedenken dan muizen alleen. Zo kun je ervoor zorgen dat je familieleden, vrienden en kennissen via internet allerlei anonieme commentaren gaan geven. Jou hemelen ze op, je collega duwen ze in de diepe stront. Het is een veel voorkomende praktijk waar (nog) geen politie aan te pas komt. En zo heeft onze computer voortaan twee muizen, één als aanwijzertje en één als knagertje. Wie is het gemeenst? De pizzaboer uit Amerika of uw collega?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten