maandag 18 april 2011

Schrijven



Hoe schrijft een mens, hoe kan een mens schrijven? Dat lijkt niet zo moeilijk, want ons alfabet telt slechts 26 letters en een handjevol leestekens. Daar moet je het mee doen. Gewoon letters telkens opnieuw in een andere volgorde plaatsen en je hebt een verhaal. Zou je denken. Maar niets is minder waar. Vorige week had ik een interview met een visser, dit voor het nieuwe maga-boek van Edwin Vinke. Vijf uur lang zat ik met een pen in de linker- en een glas whisky in de rechterhand. Je maakt dat notities en krabbels waarvan je het einde niet weet. De volgende dag ging ik achter de computer en in ongeveer 14 minuten tijd was het verhaal helemaal af. Dat zijn van die gevallen die ik goed ken: mijn twee vingers (ik typ nu eenmaal met twee vingers, maar razend snel) nemen dan een voorsprong op mijn gedachten. Voordat ik het weet, staat er een verhaal op papier. Ik hoef er niet eens bij na te denken, het is eerder gebeurd dan ik besef. Toen ik een paar jaar geleden besloot om mijn gedachten in boekvorm (Overpeinzingen) te presenteren, was dat net zo. Een deel van de verhalen haalde ik van mijn blog en herwerkte ze. De andere helft schreef ik in acht dagen tijd. In Saint-Pompon, in mijn badjas. Nauwelijks naar bed, nauwelijks douchen, niet beseffend of het buiten zomer of winter was.
Maar er zijn ook andere momenten. Gevallen waarin ik urenlang aan het ploeteren ben zonder het minste resultaat. Telkens veeg ik mijn woorden weer uit om helemaal opnieuw te beginnen. Het lukt dan gewoonweg niet. Welnu, daar ben ik op dit moment mee bezig. Een tijdje geleden beloofde ik Ferdie Olde Bijvank dat ik een spreekbeurt zou houden op het komende gilden-event in Ede. Maar als ik dan toch een spreekbeurt moet houden, waarom van het onderwerp dan niet meteen een boek gemaakt? Dat klonk gemakkelijker dan het was. Een volle maand ben ik telkens opnieuw begonnen, telkens tevergeefs. Er kwam geen zinnig verhaaltje op mijn beeldscherm. Vandaar dat ik besloot tot mijn beproefde ritueel: naar Saint-Pompon, in badjas. Daar ben ik vandaag nog niet mee begonnen, eerst moet ik nog enkele dagen herbronnen. Dat doe ik met de schrijver van wie ik voor mijn gevoel bijna alles heb geleerd: Anton Coolen. U kent misschien zijn boeken "Dorp aan de Rivier" of "Herberg in 't Misverstand", boeken die vrijwel iedere autheneum leerling voor zijn kiezen krijgt. Het oevre van Coolen gaat veel verder dan dat, al zijn boeken kan ik bijna letterlijk dromen. In elk geval zetten ze me elke keer weer op een spoor. Nadat ik voldoende Coolen heb gelezen, zullen mijn twee vingers hopelijk weer als een razende tekeer gaan, met een compleet boek over een dag of acht. Voorlopig is dat alleen maar hopen, we zien wel...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten