vrijdag 28 januari 2011

Trots op je egen regio

Een regio die het goed doet, mag trots op zichzelf zijn. Kijken we naar de gastronomie dan zijn er de laatste jaren regio's opgestaan die vroeger weinig te melden hadden. Zoals Zeeland. En zoals de noordelijke povincies. Over dat laatste, het noorden, gaat het deze keer.
We mogen concluderen dat de sterrendichtheid in het noorden groter is dan die van Amsterdam. En niet alleen gaat het om sterren, de regio bulkt van de adressen in de goede middenklasse. U zult het niet geloven, maar ik heb in de jaren zeventig nog een hele tijd in Steenwijk gewoond. En omdat ik als muzikant in diverse bekende bandjes speelde, trok ik wekelijks door het noorden en zag ik alle horeca. Wat was er op dat moment te doen? Vrijwel niets. Steenwijk, toch een flinke plaats, telde slechts één restaurant anex feestzaal. Zelfs in Steden als Groningen en Zwolle was hoegenaamd niets te beleven. Wilde je horeca zien dan moest je naar Giethoorn of Appelscha, maar dan uitsluitend en alleen voor de pannekoeken.
Friesland was al helemaal een ramp, daar kende men het begrip horeca niet eens. Elke twee weken moesten we optreden in Dokkum, in een gebouw dat het Bolwerk heette. Het waren feestjes voor de jeugd waar alleen sinas en koffie werd getapt, georganiseerd door de dominee die ons keurig betaalde. Dat was àlles. Maar kijk nu, zoveel jaren later, de regio barst van de goede gastronomie.

Nu is het niet aan mij, zuiderling, om trots op het noorden te zijn. Maar toch ben ik het. Ik heb nu eenmaal iets met het noorden en draag mijn steentje al vele jaren bij. Toen ik vijftien jaar geleden voor het eerst de horecabeurs in Zuidlaren bezocht, was dat voor mij een start voor altijd maar méér. Totdat Saisonnier een eigen beurshal had: Le Village Saisonnier. Tot mijn grote spijt werd het beursgebouw gesloten en duurde het even voordat nieuwe initiatieven opdoken. Telkens als ik die initiatieven bezocht, kon ik daar niet het juiste gevoel bij krijgen. Dat veranderde plotseling toen in Assen op het TT-circuit een splinternieuw beursgebouw kwam. De vertrouwde sfeer van Zuidlaren was weer helemaal terug van weggeweest, inclusief het beroemde wedstrijdprogramma. Logisch dat ik weer ging dromen van een Village Saisonnier, vorig jaar was het voor het eerst weer zo ver.

Maar nu wil ik aan de kern van mijn betoog komen. Als het zo is dat zelfs wij vanuit België naar Assen komen om onze bijdrage aan de noordelijke gastronomie te leveren, een evenement nota bene dat ons alleen maar geld kost... Als wij in ons kielzog een groot aantal prachtige leveranciers uit andere regio's (zelfs 3 uit België) naar Assen nemen omdat we ons enthousiasme op hen hebben overgebracht... Hoe zit het dan met de gastronomische leveranciers van de regio zelf? Je zou denken dat ze àllemaal aanwezig zullen zijn, al was het alleen maar om de gezamenlijke regionale trots te verwoorden of om een bijdrage te leveren aan de meerdere glorie van die trots. Accoord, veruit de meeste noordelijke leveranciers zullen in Assen aanwezig zijn. Maar niet allemaal. Dat klopt niet. Dat kàn niet kloppen.

Noteer in uw agenda: maandag 7 tot en met woensdag 9 februari: ons reizende circus Le Village Saisonnier in Assen.


 

1 opmerking: